Nieuws » Werkgever kan niet worden beperkt in bevoegdheid om ontslagvergunning te vragen
17-08-2011
Een werknemer is sinds 1999 op basis van een arbeidsovereenkomst met een Nederlandse B.V. werkzaam bij een internationaal concern en wordt als zodanig steeds uitgezonden naar het buitenland. De functies die hij vervult nemen daarbij steeds in gewicht toe. In zijn arbeidsovereenkomst is bepaald dat aan hem na het eindigen van de arbeidsovereenkomst met een concernmaatschappij in Shanghai een arbeidsovereenkomst met de Nederlandse vennootschap wordt gegarandeerd voor een gelijkwaardige positie, met behoud van anciënniteit en met een salaris van minimaal € 100.000 per jaar. De arbeidsovereenkomst is daartoe mede-ondertekend door de Nederlandse vennootschap. Op basis van die afspraak doet de Neder-landse vennootschap de werknemer op 14 januari 2011 een aanbod om weer bij die Nederlandse vennootschap in dienst te treden, maar met de mededeling dat een gelijkwaardige positie niet voor handen is en moet worden gezocht. De werknemer treedt per 1 februari 2011 in dienst. Op 10 mei 2011 vraagt de Nederlandse vennootschap echter aan het UWV WERKbedrijf om een ontslagvergunning te verlenen wegens bedrijfseconomische redenen, aangezien zij niet in staat is een gelijkwaardige positie aan te bieden.
De werknemer wendt zich daarop tot de rechtbank met de vordering om de werkgever de gebieden de ontslagaanvraag dan wel een daarop gebaseerde opzegging van de arbeidsovereenkomst in te trekken, aangezien de vennootschap zich moet houden aan de terugkeergarantie die zij is overeengekomen. De vennootschap verweert zich onder meer met de stelling dat de gegeven garantie niet zo hard was, dat deze in alle omstandigheden moet worden nagekomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de werkgever een wettelijk recht heeft om een ontslagvergunning te vragen. Op zijn gunstigst zou volgens de voorzieningenrechter een grens liggen bij misbruik van die bevoegdheid door de werkgever, maar daarvan is volgens de voorzienin-genrechter geen sprake.
Wel zal UWV WERKbedrijf volgens de kantonrechter bij het beoordelen van de aanvraag voor een ontslagvergunning rekening moeten houden met de terugkeergarantie, aangezien het UWV een redelijkheidstoetsing moet doen. Zo nodig kan de werknemer bij de kantonrechter-herstel van de arbeidsovereenkomst vorderen als de opzegging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is. Daarmee is de procedure volgens de kantonrechter voor de werknemer met voldoende waarborgen omgeven.
De voorzieningenrechter zoekt de rechtsbescherming van de werknemer binnen het arbeids-recht en niet in de middelen die een contractspartij heeft om de nakoming van een overeenkomst af te dwingen. Gelet op het feit dat het arbeidsrecht bijzondere bepalingen bevat ten opzichte van het algemene verbintenissenrecht, lijkt het terecht dat de voorzieningenrechter aan de bijzondere bepalingen voorrang geeft boven de algemene.
Voorzieningenrechter rechtbank Maastricht 4 juli 2011, www.rechtspraak.nl, ljn: BR1173
Bron: kantoormrvanzijl.nl
Actuele Nieuwsberichten
- Te rigide invordering van premies»
Het bedrijfspensioenfonds voor de bouwnijverheid en een drietal stichtingen die bij CAO's zijn ingesteld voor de bedrijfstak...Lees verder - Geen nieuwe proeftijd bij “nieuwe” werkgever»
Bij een restaurant is een medewerker bediening in dienst, die het met de leidinggevende van het restaurant echter niet goed...Lees verder - Verhaal op werknemer van loonbelasting over ontslagvergoeding»
Bij een werkgever is een werknemer in dienst die de titel van directeur heeft. De werknemer heeft ook een aantal aandelen in...Lees verder - UWV weigert ten onrechte bekorting loonsanctie»
Het UWV legt bij besluit van 4 mei 2009 aan een werkgever een loonsanctie op wegens het plegen van te weinig...Lees verder



